Nederland heeft de ambitie om toe te werken naar een circulaire economie. De ambitie is om in 2050 ‘volledig circulair’ te zijn en in 2030 halverwege te zijn. Een daadwerkelijk circulaire economie gaat verder dan uitsluitend hergebruik van materialen. Ook het mogelijk maken van toekomstig hergebruik is een belangrijk onderdeel om milieu-impact in de toekomst te voorkomen. Dat vraagt onder meer om losmaakbaarheid van onderdelen, maar ook om inzicht in samenstelling van gebouwen, onderdelen en (bouw)producten.
Materiaalpaspoorten kunnen een belangrijke rol spelen in het eenduidig uitvragen en opslaan van object- en materiaalinformatie. Paspoorten kunnen een belangrijke randvoorwaarde bieden op basis waarvan toekomstig hergebruik gefaciliteerd kan worden. Ook kan goed georganiseerde objectinformatie helpen bij effectiever beheer en onderhoud en het mogelijk maken toekomstig hergebruik.
De Rijksoverheid heeft aangegeven begin 2022 een besluit te nemen over het wel of niet verplicht stellen van een materiaalpaspoort. Deze Materialenexpeditie creëert daarbij inzicht in waar de GWW staat door middel van de beantwoording van leervragen. Dat moet leiden tot een conclusie in hoeverre verplichtstelling vanuit de praktijk mogelijk en nodig is.
Deze Materialenexpeditie richt zich op de GWW, juist omdat hier minder ervaringen zijn. Daarbij bouwt het traject voort op de eerste Materialenexpeditie die door Bouwend Nederland in 2020 georganiseerd is. Binnen de eerste expeditie hebben 14 pilots geëxperimenteerd met het materiaalpaspoort in de GWW, waaruit twee hoofdconclusies getrokken zijn: 1) er is meer eenduidigheid en standaardisatie in data nodig en 2) het initiatief voor het organiseren van die data is een publieke taak.









